Verpleeghuismedewerkers regio Utrecht digivaardiger

Een kwart van de medewerkers in de ouderenzorg boven de vijfenvijftig is digistarter. Voor andere leeftijden ligt dat percentage op zestien. ‘Ik wist dat het zou helpen om mensen in deze sector digitaal vaardiger te maken. Maar niet dat het zo veel persoonlijk leed zou wegnemen,’ stelt programmanager Suzanne Verheijden van Digivaardig in de Zorg. Ze leidde een regionaal Utrechts digivaardigheden-project dat ook wordt ondersteund vanuit Waardigheid en trots in de regio.

Medewerkers in tranen aan haar bureau – die schaamte maakte grote indruk op Suzanne. ‘Dat taboe van “als mijn manager er maar niet achter komt hoe onhandig ik op de computer ben”, die schaamte… Dat heeft gemaakt dat ik het als mijn missie zie om zorgmedewerkers zelfstandiger te maken op computergebied. Door meer zelfvertrouwen over digivaardigheden voelen ze zich meer deel van het team. Ze gaan ook beter rapporteren, waardoor de kwaliteit van zorg toeneemt. En men rapporteert vlotter. Ik heb uitgerekend dat het op jaarbasis ruim honderd uur per medewerker kan schelen. Die tijd kan men aan cliëntencontact besteden. Zo hebben alle partijen erbij te winnen: de medewerker, de organisatie én de cliënt.’

Landingsbodem innovatie

Wat Suzanne ook belangrijk vindt, is dat een digivaardige zorgsector een betere landingsbodem is voor innovatie: ‘Een innovatiemanager kan van alles bedenken, als medewerkers geen app kunnen downloaden gaan al die initiatieven over hun hoofden heen. Dan begin je niks.’ Nu de technologische ontwikkelingen zo snel gaan binnen de zorg, is het niet langer de vraag óf een medewerker digitaal vaardig wil worden maar hóe. ‘De vrijblijvendheid moet eraf,’ vindt Suzanne.

Ze schetst hoe medewerkers heel lang met succes om de digitale taken heen blijven functioneren: een medewerker die al vijftien jaar het ECD ontwijkt door het rapporteren aan een collega over te laten en in ruil daarvoor de was te doen. Iemand die zijn mailaccount nog niet heeft geactiveerd en voor wie collega’s alles uitprinten. ‘Dit afschuifsysteem houdt de situatie in stand. Het is niet vreemd dat je vroeger in je opleiding hebt leren rapporteren in een schriftje. Mensen moeten die drempel over worden geholpen.’

Digicoach ondersteunt op werkvloer

Zorgmedewerkers geven aan het liefst ondersteund te willen worden in digivaardigheden door een coach op de werkvloer. Iemand van de eigen organisatie die over de schouder meekijkt als men ergens niet uitkomt. ‘Een computercursus geeft digistarters stress’, weet Suzanne. Voor de regionale werkgeversorganisatie Utrechtzorg en Zorgkantoor Zilveren Kruis begeleidde ze het gesubsidieerde project Digitale Vaardigheden, waar zich in totaal eenentwintig zorginstellingen bij aansloten. Bestuurders raakten door heldere praktijkvoorbeelden overtuigd van nut en noodzaak van meer digivaardigheid. Het opleiden van digicoaches was een van de eerste stappen.

 

Door corona kunnen de digicoaches soms niet meer op de werkvloer komen. Gelukkig kunnen ze ook op afstand ’digitaal coachen.

 

Goed zichtbaar

Jolanda Hoosbeek werkt bij De Rijnhoven, een van die organisaties. Ze is nu bijna twee jaar digicoach. ‘Naast mijn functie als intercedent personeel ben ik acht uur per week beschikbaar om collega’s verder te helpen. Ik beheer de mailbox van de digicoaches waarin allerlei vragen binnenkomen. Zoals een verzoek van een nieuwe collega om de zelfscan (vragenlijst) digivaardigheden te bespreken en uitleg te krijgen over onze digitale werkomgeving. Zijn alle inlogaccounts geactiveerd, met welke programma’s werken we? De digiscan is een leidraad om met elkaar in gesprek te gaan over digivaardigheden. Verder zijn er mailvragen over een bepaalde applicatie, tegenwoordig uiteraard vaak over beeldbellen. Hoe beleg ik een Zoomvergadering? Of iemand wil een afspraak maken.

Ik ben goed bekend binnen de teams en behoorlijk zichtbaar, dat is mijn meerwaarde denk ik. We promoten onszelf als digicoaches goed, zodat iedereen ons weet te vinden. Ik werk zelf niet binnen de zorg. Een collega-digicoach weet meer over het ECD. Zo hebben wij allemaal onze sterke punten.’ Wat Jolanda soms wel eens jammer vindt is dat collega’s het geleerde niet altijd in de praktijk brengen omdat ze worden meegesleurd in de hectiek van de dag.

Regionale samenwerking: leren van elkaar

Een sterk punt van het project in de regio Utrecht is de regionale samenwerking tussen de werkgeversorganisatie, het zorgkantoor, de deelnemende zorginstellingen en het onderwijs. Marcella Hartong, digicoach bij Lyvore en tot voor kort regionaal projectleider: ‘We kwamen regelmatig bij elkaar om van elkaar te leren, om niet overal het wiel opnieuw uit te vinden. Je neemt tips en tricks van elkaar over, weet elkaar te vinden. Wij waren relatief ver met de introductie van nieuwe medewerkers, hoe wij de daarin de digitale werkomgeving meenamen. Anderen pikten dat op. Ook zijn we allemaal nieuwsgierig naar tips hoe je bijvoorbeeld het best een digistarter kunt bereiken. Door het taboe eromheen kan dat lastig zijn.’ Marcella verwacht dat de onderlinge regionale contacten blijven.

Suzanne vult aan: ‘De manier waarop partijen het binnen een regio met elkaar organiseren kan verschillen. In deze regio hebben we geprobeerd de instellingen maximaal te ontlasten op het gebied van organisatie, scholing en communicatie. Maar de programmatische aanpak is behoorlijk vergelijkbaar in Nederland.’ Na afloop van de subsidieperiode kiest elke instelling voor zichzelf of en hoe de digicoaches verder gaan. ‘Wel zijn er dit jaar nog vier intervisies’, weet Suzanne.

Beweging op gang

Marcella voelt dat ze onderdeel is van iets groters: ‘Er is echt iets op gang gekomen. Pas werd ik gebeld door iemand uit Overijssel. Haar instelling organiseerde de digivaardigheid zelf. Ik heb haar ook de voordelen van het regionaal samenwerken uitgelegd. Ik word er nu eenmaal blij van dit verhaal te delen. De medewerker zit prettiger in zijn vel, de organisatie heeft productievere medewerkers en de cliënt krijgt meer tijd en aandacht, misschien voor een rondje naar buiten.’

Digicoach Jolanda sluit af: ‘Het is fijn als je ziet dat mensen trots zijn op iets dat ze geleerd hebben en waar ze nu niet meer tegenaan hikken. Het uitvoeren van computertaken kost geen energie meer. Want technologie is er uiteindelijk om ons te ondersteunen.’

Tips

  • Digivaardigheid geldt voor iedereen, óók voor bestuur en management. Inspireer en faciliteer;
  • Zoek regionale partners om bepaalde zaken samen te doen: scholing, intervisie, financiering;
  • Organiseer regelmatig regionaal overleg om van elkaars ervaringen te leren;
  • Kleinere organisaties kunnen digicoaches met elkaar delen;
  • Stel coaches aan, geen instructeurs;
  • Zoek voor deze rol positieve, initiatiefrijke medewerkers met veel inlevingsvermogen;
  • School de digicoach, ook op didactische vaardigheden;
  • Geef een digicoach minimaal acht uur;
  • Biedt de coach ruggensteun, bijvoorbeeld vanuit sleutelfiguren binnen de organisatie;
  • Geef de digicoach voldoende ruimte om zichzelf te promoten zodat de zichtbaarheid optimaal wordt en blijft;
  • Neem de ondersteuning door digicoaches op in vacatureteksten, zodat nieuwe medewerkers met achterstand in digivaardigheid zich welkom weten.

 

Door: Linda van Ingen

Zes zorgorganisaties uit de regio Utrecht zijn een samenwerking aangegaan. Samen hebben zij zich hard gemaakt om financiering te krijgen om voor de provincie Utrecht een interventieafdeling op te zetten voor mensen met dementie en zeer ernstig probleemgedrag (D-ZEP). Het gaat om de organisaties Altrecht, AxionContinu, Careyn, De Rijnhoven, Huisartsen Utrecht Stad, Quarijn en ZorgSpectrum. De samenwerkingsovereenkomst is eind vorig jaar getekend.

Regionale samenwerking
De organisaties willen de deskundigheid op het gebied van de combinatie dementie en zeer ernstig probleemgedrag versterken en uitbreiden. De regio voelt zich verantwoordelijk voor het ontwikkelen van passend aanbod voor deze doelgroep en vindt het belangrijk de deskundigheid voor het behandelen van deze cliënten verder te ontwikkelen in de V&V (Verpleging & Verzorging) en thuiszorg in regio Utrecht. Er worden acht regionale plekken beschikbaar gesteld voor tijdelijke opname waar kennis en kunde over deze specifieke doelgroep gebundeld wordt. Na behandeling op de interventie-afdeling keert de cliënt weer terug naar de thuissituatie of naar de zorgorganisatie waar de cliënt verbleef.

Terugkeergarantie
De samenwerkingspartners nemen verantwoordelijkheid met elkaar en geven met het tekenen van de overeenkomst ook een terugkeergarantie af. Dit betekent concreet dat de V&V-organisatie een garantie afgeeft, dat de betreffende cliënt

na behandeling op de regionale interventie-afdeling D-ZEP, weer terug kan worden geplaatst naar de ‘eigen’ organisatie. Zij hechten belang aan goede netwerkzorg waarbij de juiste zorg op het juiste moment op de juiste plek het uitgangspunt is.

ZorgSpectrum wordt uitvoerende organisatie
De deelnemende organisaties zijn overeengekomen dat ZorgSpectrum zorgdraagt voor de realisatie van deze afdeling in locatie Vreeswijk (Nieuwegein). Voor deze organisatie en locatie is gekozen vanwege de beschikbaarheid van de ruimte. Door de zorg op een plek te concentreren kan aanwezige kennis en expertise verdergaand ontwikkeld worden. De acht plaatsen zijn niet alleen beschikbaar voor de samenwerkingspartners, maar voor alle inwoners uit de regio. Door de corona crisis is de verbouwing op locatie vertraagd en worden de eerste cliënten verwacht vanaf medio 2021.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
ZorgSpectrum, afdeling Communicatie, tel 030– 6007140 of via communicatie@zorgspectrum.nl

De Rijnhoven doet mee aan een landelijk wetenschappelijk onderzoek waarmee in kaart wordt gebracht hoeveel bewoners en cliënten klachten van COVID-19 (het Coronavirus) vertonen en hoeveel positief getest zijn. Dit onderzoek is heel belangrijk voor het te voeren beleid van de regering. Het RIVM is de opdrachtgever van het onderzoek, dat wordt uitgevoerd in samenwerking met onderzoeksinstituut Nivel.

 

Voor dit onderzoek worden behandelgegevens van bewoners en cliënten gebruikt, voor zover deze betrekking hebben op besmetting en symptomen van Covid-19. Het Nivel en het RIVM gaan hierbij uiterst zorgvuldig te werk. Alle mogelijke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat gegevens kunnen worden herleid tot herkenbare, individuele personen.

 

Gegeven de druk op de zorg en de urgentie van de Coronacrisis kunnen wij redelijkerwijs niet iedereen vooraf om toestemming vragen. Gegevens van cliënten die eerder expliciet bezwaar hebben gemaakt tegen gebruik van hun gegevens voor wetenschappelijk onderzoek worden niet gebruikt. Uiteraard kunt u, indien u dat wenst, ook nu nog bezwaar maken tegen het gebruik van uw gegevens in dit onderzoek. U kunt daarvoor desgewenst contact opnemen met het secretariaat Zorg: vvanderveer@rijnhoven.nl of 0348 441714.

In navolging van het bericht van afgelopen vrijdag en de recente ontwikkelingen rondom het Coronavirus, heeft De Rijnhoven nieuwe richtlijnen opgesteld.

Tot onze grote spijt hebben wij moeten beslissen om vanaf 16 maart  geen bezoek meer toe te laten in onze locaties. Het risico op besmetting en verspreiding is te groot. De locaties van de dagbegeleiding Buitenhof en Daghof zijn vanaf 17 maart gesloten.

Het is mogelijk dat er omstandigheden zijn waarin bezoek bij een bewoner toch gewenst is. Als dat het geval is kunnen nadere afspraken in overleg met de behandelend arts worden gemaakt.

De activiteiten voor bewoners gaan zo veel als mogelijk door. Hun dag moet (zeker onder deze omstandigheden)  zo prettig mogelijk verlopen. Er zullen alleen geen grootschalige activiteiten meer zijn; alles gebeurt in kleinere groepjes.

We hebben richtlijnen voor de aanwezigheid van personeel. Ook hier is de leidraad voorkomen van besmetting en verspreiding. We houden onze medewerkers dagelijks op de hoogte van ontwikkelingen.

We maken u er op attent dat u de rapportages over de bewoners waarvan u contactpersoon bent kunt lezen in Caren. Caren is gekoppeld aan ons nieuwe zorgdossier. Daarnaast blijven wij Familienet gewoon gebruiken zoals u bent gewend. Er is ook een aparte facebookpagina voor de laatste ontwikkelingen opengesteld.

Het Coronavirus lijkt zich snel door Nederland te verspreiden. De Rijnhoven volgt hieromtrent de landelijke maatregelen en instructies van het RIVM en van onze brancheorganisatie ActiZ.

Wij hebben naar aanleiding van de laatste afgekondigde maatregelen van de overheid de volgende acties uitgezet:

  • Kantoormedewerkers werken zoveel mogelijk thuis.
  • Vergaderingen en andere overlegvormen zijn afgezegd.
  • Wij hebben onze medewerkers met klem verzocht de hygiëneregels nog nadrukkelijker toe te passen en te volgen.
  • Medewerkers met verkoudheids- of hoestklachten en koorts blijven thuis.
  • Medewerkers van De Rijnhoven nemen niet deel aan overleggen van meer dan 5 personen zowel intern als elders.
  • De Rijnhoven heeft een zogenaamd zorgcontinuïteitsplan waarin staat welke maatregelen genomen worden als een aanzienlijk deel van de medewerkers onverhoopt ziek zou worden. Deze maatregelen zijn er op gericht de zorg voor onze bewoners door te laten gaan ook als er veel uitval is.

 

Wilt u uw familielid bezoeken dan vragen wij u de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen te nemen:

  • Geen handen schudden.
  • Niezen en hoesten in de elleboog.
  • Handen wassen bij binnenkomst en verlaten van locaties Coninckshof, Vijverhof, Parkhof en Veldhof. Op korte termijn worden er bij de toegangsdeuren van onze locaties alcoholdispensers geplaatst.
  • Papieren zakdoekjes (eenmalig) gebruiken en meteen weggooien.
  • Terughoudend in lichamelijk contact.

 

Wij verzoeken u tevens om alert te zijn op klachten bij uzelf. Dit zijn vooral verkoudheids- of hoestklachten. Het is belangrijk dat u dan thuis blijft.

 

Wij hopen van harte dat deze situatie snel onder controle komt. Mocht daar aanleiding toe zijn dan houden wij  u graag op de hoogte.